Statutes

From Randomdata wiki
Revision as of 11:42, 6 November 2009 by Fish (Talk | contribs)

Jump to: navigation, search

This section describes the primary goal of the Randomdata foundation. The official statutes will be described when the official setup of the foundation takes place.

Article I : Why We Exist

Section 1: General Purposes

Said foundation is organized exclusively for charitable, educational, and scientific purposes. The mission of the foundation is to support and facilitate the Randomdata community. The Randomdata community improve's the world by creatively rethinking technology.

Section 2: Specific Purposes

Subject to and within the limits of Section 1, the foundation shall:

  1. Build and maintain spaces suitable for technical and social collaboration.
  2. Collaborate on all forms of technology, culture and craft in new and interesting ways.
  3. Apply the results of its work to specific cultural, charitable and scientific causes.
  4. Freely share its research and discoveries, using what is learned to teach others.
  5. Recruit and develop talented members dedicated to these purposes.


Concept official "statuten"



Heden xxx, verschenen voor mij, mr. notaris gevestigd te Haarlem:
1.	de heer Fish
2.	de heer Xor
3.	de heer Kahits

De comparanten verklaarden bij deze akte een stichting op te richten en daarvoor de volgende statuten vast te stellen: 

NAAM EN ZETEL 
ARTIKEL 1
1.	De stichting draagt de naam: Stichting Randomdata. 
2.	Zij heeft haar zetel in de gemeente Utrecht. 

DOEL
ARTIKEL 2
1.	De stichting heeft ten doel: het ondersteunen en faciliteren van de “Randomdata community” en het hierdoor verbeteren van de wereld door heroverweging en op creatieve wijze aanpassen van de technologie, en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.
2.	De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door :
	- het bouwen en onderhouden van ruimte geschikt voor samenwerking op technisch en sociaal gebied; 
	- het op vernieuwende wijze samenwerken op het gebied van techniek en cultuur; 
	- het toepassen van de door de stichting bereikte resultaten op specifieke culturele, charitatieve en wetenschappelijke doelen; 
	- het delen van en overbrengen op anderen van researchresultaten en nieuwe kennis. 

VERMOGEN
ARTIKEL 3 Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door:
subsidies en donaties; schenkingen, erfstellingen en legaten; alle andere verkrijgingen en baten.

BESTUUR 
ARTIKEL 4 
1.	Het bestuur van de stichting bestaat uit tenminste drie leden en wordt voor de eerste maal bij deze akte benoemd. 
Het aantal leden wordt 
	- met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde 
	- door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld. 
2.	Het bestuur (met uitzondering van het eerste bestuur, waarvan de leden in functie
worden benoemd) kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld. Voor elke functie kan een plaatsvervanger worden benoemd.
3.	Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur, zullen de overblijvende bestuursleden met algemene stemmen (of zal het enige overblijvende bestuurslid) binnen twee maanden na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van een (of meer) opvolger(s).
4.	Bestuursleden worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster; een volgens het rooster aftredend bestuurslid is onmiddellijk herbenoembaar. De in een tussentijdse vacature benoemde neemt de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.
5.	Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur.
6.	De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP 
ARTIKEL 5 Het bestuurslidmaatschap eindigt door: 
	- aftreden volgens het in artikel 4 bedoelde rooster van aftreden; 
	- overlijden van een bestuurslid;
	- verlies van het vrije beheer door een bestuurslid over zijn vermogen; 
	- schriftelijke ontslagneming (bedanken) van een bestuurslid; 
	- ontslag aan het bestuurslid verleend door de gezamenlijke overige bestuursleden; 
	- verlies van de hoedanigheid op grond waarvan hij is benoemd; 
	- ontslag op grond van artikel 298 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 

BESTUURSVERGADERINGEN EN BESTUURSBESLUITEN 
ARTIKEL 6 
1.	De bestuursvergaderingen worden gehouden op een plaats te bepalen door de voorzitter of diegene die de vergadering bijeenroept. 
2.	Vergaderingen zullen worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één der andere bestuursleden daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave der te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft in dier voege, dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.
3.	De oproeping tot de vergadering geschiedt 
	- behoudens het in lid 3 bepaalde 
	- door de voorzitter, tenminste zeven dagen tevoren, de dag der oproeping en die der vergadering niet meegerekend, door middel van #aangetekende oproepingsbrieven.
4.	De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
5.	Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
6.	De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan.
7.	Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één der andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.
8.	Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid zijner in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een medebestuurslid laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter der vergadering voldoende, volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één medebestuurslid als gevolmachtigde optreden.
9.	Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, telegrafisch, per telex, per telefax of per e- mail hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt, onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden, door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na mede-ondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.
10.	Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voorzover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen.
11.	Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
12.	Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 
13.	In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.

BESTUURSBEVOEGDHEID 
ARTIKEL 7 
1.	Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. 
2.	Het bestuur is keuze maken:#niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen. 
3.	Het bestuur is keuze maken#niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

VERTEGENWOORDIGING 
ARTIKEL 8 
1.	Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. 
2.	De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden. 
3.	Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Het bestuur zal van het toekennen van een doorlopende vertegenwoordigingsbevoegdheid opgave doen bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

BOEKJAAR EN JAARSTUKKEN 
ARTIKEL 9 
1.	Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar en loopt voor de eerste maal vanaf heden tot en met éénendertig december van dit jaar. 
2.	Per éénendertig december van elk jaar, voor het eerst per eenendertig december aanstaande, worden door het bestuur een balans en een staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar gemaakt en binnen zes maanden na afloop van het boekjaar op papier gesteld.
3.	Het bestuur kan, alvorens tot vaststelling van de in lid 2 bedoelde stukken over te gaan, deze doen onderzoeken door een door hem aan te wijzen deskundige. Deze brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit.
4.	Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende haar werkzaamheden, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. Deze stukken en andere gegevensdragers dienen gedurende zeven jaren te worden bewaard.

REGLEMENTEN
ARTIKEL 10 
1.	Het bestuur is bevoegd een of meer reglementen vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke het bestuur wenselijk vindt. 
2.	Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
3.	Het bestuur is te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen. 
4.	Ten aanzien van een besluit tot het vaststellen, wijzigen of opheffen van een reglement is het bepaalde in het volgende artikel lid 1 van toepassing. 

STATUTENWIJZIGING, FUSIE EN SPLITSING
ARTIKEL 11 
1.	Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen en tot fusie of splitsing te besluiten. Het besluit daartoe moet worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat. Is in een vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging aan de orde is, het bestuur niet voltallig, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering. In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde bestuursleden rechtsgeldig omtrent het voorstel, zoals dit in de eerste vergadering aan de orde was, worden besloten mits met een meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
2.	De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Tot het doen verlijden daarvan is ieder bestuurslid bevoegd.
3.	De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel, binnen welker gebied de stichting is gevestigd.

ONTBINDING EN VEREFFENING 
ARTIKEL 12 
1.	Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in het vorige artikel lid 1 van toepassing. 
2.	De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voorzover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moet aan haar naam worden toegevoegd: in liquidatie.
3.	De vereffening geschiedt door het bestuur. 
4.	De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het register, bedoeld in het vorige artikel lid 3. 
5.	Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn.
6.	Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig het doel van de stichting.
7.	Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren berusten onder de door een door het bestuur daartoe aangewezen persoon.


SLOTBEPALING
ARTIKEL 13 In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.